De fagotFagot

De fagot is een houten blaasinstrument met dubbelriet in tenor- en basligging, dat wordt ingedeeld bij de houtblazers.

Het instrument bestaat uit een lange (houten) buis met een licht conische boring. Omwille van de hanteerbaarheid is de buis 'dubbelgevouwen', een bouwwijze waaraan de fagot zijn naam dankt: het
Italiaanse "fagotto" betekent (takken)bundel. (Ook in het Frans is de betekenis "bundel" of "takkenbos", vandaar dat sommige Vlaamse componisten wel eens voor "takkenbos" schreven.) De klank van de fagot is uiterst karakteristiek: in de lage tonen enigszins grof en korrelig, in het middenregister gelijkend op die van de hoorn en in de hoogte nadert de toon die van devioloncello, altviool of menselijke tenorstem.

Het riet wordt direct tussen de lippen van de fagottist genomen en door het aanblazen ervan komen beide rietbladen in trilling. Deze trilling wordt overgebracht op de lucht die wordt binnengeblazen en zo ontstaat er een geluidsgolf. De manier van aanblazen is van invloed op de klank en degeluidssterkte. Voor het voortbrengen van een kwalitatief goede toon is een ver ontwikkelde embouchure vereist. Indien een fagottist een slechte embouchure heeft, klinkt de fagot vaak houterig en nasaal. Topfagottisten kunnen echter een ongekend ronde, volle toon voortbrengen die uitstekend geschikt is voor lyrische en melancholische passages.

Door de 'gevouwen' buis is de effectieve buislengte groot (2,59 m), waardoor het instrument lage tonen kan produceren. 

Bron: Wikipedia / http://nl.wikipedia.org/wiki/Fagot (vrijgegeven onder CC-BY-SA en/of GFDL)