De Cello

De cello (kort voor violoncello) behoort tot de groep van destrijkinstrumenten. De cello heeft een kenmerkende klank en een bereik van bijna 4 octaven.Cello 316x480

Gerber schrijft in zijn "Lexicon der Tonk├╝nstler" uit 1792 dat een geestelijke uit Tarascon, Tardieu genaamd, de uitvinder van de cello zou zijn. Het instrument van Tardieu had volgens Gerber echter 5 snaren, C-G-d-a-d, en bovendien is inmiddels vast komen te staan dat de cello ouder is en dat de voorloper ervan, de violone, voor het eerst in de 16de eeuw in Itali├ź werd gebouwd. Waarschijnlijk heeft Gasparo da Salo (1540-1609) de definitieve vorm aan het instrument gegeven. Bovendien stond Frankrijk in de tijd waarin Tardieu de cello 'uitgevonden' zou hebben, rond 1708, afkerig tegenover de cello en werd eigenlijk alleen de viola-da-gamba als basso continuo instrument gebruikt.

De naam violoncello, waarvan "cello" een verkleinwoord is, is voortgekomen uit de violone; de "grote viool". In het Italiaans betekent het achtervoegsel -one namelijk "groot" en het achtervoegsel -ello "klein". "Violone" betekent dus "grote viool" en "violoncello" dus "kleine grote viool". Dit vormt ook het bewijs dat de violoncello uit de vioolfamilie is voortgekomen en niet uit de familie van de viola da gamba's.

Bron: Wikipedia / http://nl.wikipedia.org/wiki/Cello (vrijgegeven onder CC-BY-SA en/of GFDL)