Het volksorkest bestaat uit 29 muzikanten die een breed scala aan instrumenten bespelen. Natuurlijk zijn er volksinstrumenten bij uitstek, blokfluit, draailier, doedelzak, vlier en trom, accordeon en viool.
De strijkers worden ondersteund met cello en soms met een bas. Bij de blaasinstrumenten klinken ook klarinet, saxofoon, dwarsfluit en fagot.
Een aantal orkestleden speelt meerdere instrumenten.

Het grootste deel van het repertoire bestaat uit volksmuziek uit de Kempen. Een gedeelte van het orkest speelt en begeleidt Franse dansen. Ook Poolse muziek wordt graag gespeeld. De arrangementen voor orkest zijn samengebracht in een bundel, goeddeels gebaseerd op veldonderzoeken en opnamen die Harrie Franken in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw heeft gedaan.

De muzikale leiding is in handen van Karel Franken.

Er staat een filmpje op youtube waar u ons bezig kunt zien.

Een verhalende geschiedenis

In een tijd dat de wereld eindeloos groot leek, zitten de mensen rond het haardvuur bij elkaar. De dag loopt op z’n eind. Ze vertellen elkaar verhalen en zingen liederen. Vlug genoeg zal het laatste restje licht zijn verdwenen, de beddenzak roept.

Wat gezegd en gezongen wordt gaat als vanzelf over in de hoofden van de mensen, jong en oud. In bijzondere gevallen waren er instrumenten, niet zelden overgegaan van vader op zoon. De bezitter werd “den muzikant” genoemd.

Het jaar kende talloze feestdagen, waar muziek een eigen plaats had. Bij familiefeesten, doop en huwelijk mocht de zang niet ontbreken. Op de markt zongen en speelden muzikanten liedjes die het laatste nieuws verspreidden, zoals van de gruwelijke moord in Mol. Muziek was geen versiering, maar een wezenlijk bestanddeel van het dagelijks leven. Sommigen schreven de woorden op in een schriftje en verzamelden de liedbriefjes van de marktzangers, die ze in een doos onder het bed bewaarden.

KVO01 301x200Een jonge zanger en muzikant kreeg bijzondere belangstelling voor deze in een te rap tempo verdwijnende muziekcultuur. In zijn familie zat genoeg muziek om een kleine groep bij elkaar te brengen. Van de huiselijke kring naar de kroeg was een kleine stap. Met neef en schoonzuster speelden ze de liederen, die ze rond het vuur hadden geleerd. Ze noemden zich bescheiden “Ut Muziek”.

Al snel kende de groep een vaste schare bewonderaars. Hun muziek leefde kennelijk nog. Hun enthousiasme en plezier werkte aanstekelijk. In het verlengde van de groep begon oprichter Harrie Franken zijn zoektocht van wat er nog over was. De liedschriftjes moesten onder het bed vandaan, en waar mogelijk gezongen door de schrijvers ervan. Zo bouwde hij aan een ferme verzameling, die hij ordende en deelde met wie dat wilde.
Een magistraal boek dat hij “van Liederen en dansen uit de Kempen” noemde is hiervan een blijvende getuige.

Ondertussen vercommercialiseerde de muziek in een razend tempo. Zangers kwamen voortaan uit Hilversum. Tegen die stroom in herontdekten de Kempenaren hun instrumenten en wilden deel uitmaken van de muziek. Er ontstonden muziekgroepjes en festivalletjes, waar de eigen muziek centraal stond.
In het “Neckermanneke” in Bladel kwamen ze voor het eerst bij elkaar om samen een orkest te vormen. Het moet ergens in 1979 zijn geweest. Onder leiding van Harrie en enkele anderen uit “Ut Muziek” ontstond zo het Kempisch Volksorkest. In een mum van tijd waren er 25 leden die de oude dansen speelden. In de Kempische trant gearrangeerd door Harrie, die met de viool voor het orkest stond om alle enthousiasme in goede muzikale banen te leiden. Na afloop was er Trappist.

De liedjes en de vrolijke klank van het orkest maakten stilzitten onmogelijk.
Photo275En als vanzelf bijna ontstond er een volksdansgroep. Vanaf 1980 noemden ze zichzelf “De Kempische Volksdansers”, die onder de kordate leiding van Nel Franken een uiteenlopend repertoire van dansen leerde. Al snel was het cafeetje te klein en verhuisden de troepen naar een plek waar ook de dansers zich konden uitleven. Tot de dag van vandaag vindt er op de eerste zondag van de maand een klein volksfeest plaats, waar vele liefhebbers hun zondag op afstemmen. Niet alleen hier, maar ook in het verre buitenland vond het orkest met dansers weerklank. Er volgden uitwisselingen met gelijkgestemden in Polen, Frankrijk en Denemarken. Dit liedboek van het Kempisch Volksorkest bevat ondertussen 125 drie- tot vierstemmige melodieën, in eerste instantie uit de Kempen, aangevuld met dansmelodieën uit andere landen.

Een tijd geleden schreef Marie-Pierre Canals uit Frankrijk (Chateauroux) nummer 125 met als titel “Harrie”, als eerbetoon aan de in 2003 overleden oprichter van het orkest. Een uitgelezen moment om alles in deze bundel samen te brengen. De muziek leeft als hij gespeeld wordt. Dit boek wil eenieder uitnodigen deze muziek te spelen en uit te dragen, in de geest van het Kempisch Volksorkest.

Tekst: Peer van der Kruis